Pandu

In tal van klassieke ayurvedische teksten wordt pandu of bloedarmoede (anemie) omschreven. Zo vinden we in de Charaka Samhita (hoofdstuk 16 van de chikitsa), in de Sushruta Samhita (hoofdstuk 44 van de Uttara tantra) en in de Asthangha Hrdraya (Hoofdstuk 13 en 18, oorzaken en behandeling) pandu terug. Telkens heeft men het over een gele en bleke verkleuring van de huid als centraal kenmerk.

De naam “pandu” verwijst naar deze geelachtige of witte verkleuring van de huid. Charaka beschrijft pandu als vaivarnyam bhajate atyartham waarbij vaivarnyam  letterlijk “verkleuring” betekent waarbij hij onderscheid maakt in vigata varna (verbleken) en vikrita varna (abnormale verkleuring). Deze laatste gaat van wit, over gele (haridra) tot zelf groenachtig (harita) en betreft niet enkel de huid maar ook soms de ogen.

De huid wordt vanuit ayurvedische inzichten rechtstreeks in verband gebracht met pitta, meer bepaald de subdosha bhrajaka-pitta.

Fundamenteel is bloedarmoede dan ook gelinkt aan een verstoorde pitta welke primair verstoringen veroorzaken in de rasa (bloedserum)  en rakta dhatu (rode bloedcellen). Men gaat er van uit dat er tekorten (ksaya) ontstaan van deze  dhatu’s. Toch dient men beducht te zijn voor  heel wat andere aandoeningen die in verband worden gebracht met de kwaliteit van dit bloedweefsel en anemie als symptoom kunnen hebben. Zo is de werking van de lever, de milt, de gal maar ook de functionaliteit van de botten (meer bepaald het beenmerg) bepalend voor de kwaliteit van rasa en rakta dhatu. Daarnaast raken de andere dosha’s bij pandu snel betrokken. Een verstoorde bloedstroom (bv. bij verwondingen) kan aan vata verbonden worden. Een verstoorde aanmaak van rode bloedcellen kan dan weer gezien worden vanuit kapha disbalans. Hierover meer bij samprapti of ontstaansmechanismen hieronder.

Oorzaken van pandu of anemie

Pandu is een pitta overheerste stoornis waaruit de betrokkenheid van alle drie dosha's volgt. Zijn oorzakelijkheid is multifactorieel en is te zien als volgt :

  1. Ahara nidana : voeding als oorzaak
  2. Vihara nidana : leefstijl als oorzaak
  3. Nidanathakara roga : andere ziektebeelden als oorzaak

1. voeding (ahara)

Tot de mogelijke oorzaken van bloedarmoede wat voeding betreft behoren :

  • Overmatige inname van alkalische (kshara), zure (amla), zoute (lavana), warme (ushna), irritante (teekshna) voedingsmiddelen onaangepast aan de constitutie.
  • tegenstrijdige voedingscombinaties (viruddha ahara) zoals bv; vis met melk, vlees met mosterd, …
  • overdrijven in te bittere en te scherpe voedingskwaliteiten
  • ongezond eten (Asatmyabhojana) zoals bijvoorbeeld te veel diepvriesvoeding of het eten van niet verse en industrieel bewerkte voeding
  • alcohol
  • overdreven gebruik van klei (mrit)
  • te veel wind (vata) veroorzakende graansoorten en brood (nishpava)
  • te veel eten van  kousebandplant (Vigna unguiculata) een (sperzie-)bonensoort, en zwarte bonen (vigna mungo of blackgram)
  • overdreven inzet van sesamolie en sesamzaad
  • te grote hoeveelheden asafoetida (Ferula asafoetida) en/of saffraan (kennen een tegengestelde werking bij te grote hoeveelheden)
  • drank met te grote hoeveelheid toegevoegde suikers
  •  …

2. gedrag (vihara)

Men kan eigenlijk bij deze oorzaken twee groepen herkennen, namelijk de eerder fysieke oorzaken van gedrag en de psychologische invloeden op of van het gedrag :

Fysiek (Saririka)

  • te grote en langdurige fysieke inspanningen (vyayama)  kunnen de cliënt letterlijk opbranden
  • sexuele overactiviteit (vyavaya) in het bijzonder tijdens de fase van vertering, dus te kort na de maaltijden.
  • onaangepast gedrag in functie van de seizoenen (zowel tijdens de zomer als de winter)
  • het onderdrukken van natuurlijke behoeften zoals plassen, stoelgang, geeuwen, …
  • overdreven slaap, vooral overdag en tussendoor
  • het verkeerdelijk gebruik van pancha karma technieken waarbij bijvoorbeeld het beenmerg of de lever wordt aangetast
  • onaangepaste en verkeerd gebruikt zuiveringstechnieken (hype rond detox !)
  • verstoorde nachtrust (nidra)
  • gedrag dat in tegenstelling is tot de eigen constitutie (naar slaap, beweging, …)
  •  …

Psychisch (Manasika)

Deze pychische oorzaken zijn meestal te herleiden tot een pitta-verhoging, de basisoorzaak van bloedarmoede

  • overdreven verlangens
  • overdreven angsten, bezorgdheden en stress
  • grote woede
  • krachtig verdriet waaruit uitputting volgt
  • onverwerkte trauma of aanslepende emotionele problemen
  •  …

Alvast wordt door deze psychische factoren dikwijls het agni (vuur) verstoord; Jataragni (spijsverteringsvuur), 5 buthagni (levervuren) en 7 dhatuagni (weefselvuren). Een verstoord agni, leidt tot een verstoord bloedbeeld. Tevens zal vooral de pitta-dosha ook hier makkelijk uit balans raken omdat de zetel van pitta, zich ook bevindt waar de kwaliteit van het bloed grotendeels wordt bepaald : dunne darm (vertering), lever, gal, milt, …

Andere ziekten (Nidanathakara roga)

Tal van ziektebeelden, gekend binnen de ayurvedische geneeskunde,  kunnen leiden tot anemie. Anemie is dan als (hoofd-)symptoom te beschouwen :

  • koorts (jvara) en aanhoudende koorts
  • wonden, bloedingen
  • moeilijk genezende zweren en huidinfecties
  • maagbloedingen, maagzweren, maagontstekingen
  • bloederige stoelgang met verschillende oorzaken
  • worminfecties
  • aambeien
  • chronische hoest en bronchitis tgv. pittaverhoging (pittaja kasa)
  • bloedziekte
  • verschillende vormen van bloedkanker (raktarbuda)
  • longemphyseem
  • bij zwangerschap, vroeggeboorte, perinatale complicaties van moeder en kind
  • problemen met de borst(voeding), borsten (ontstekingen), …
  • diabetes tgv. Pitta disbalans (pittaja prameha)
  • algemeen bij tumorale processen (granthi, arbuda, …)
  • soms bij geestesstoornissen
  • vergiftiging door bv. slangenbeten
  • gynaecologische aandoeningen
  • leverstoornissen, ontstekingen van oa. milt, gal, pancreas, …
  • beenmerg- en botaandoeningen
  • arbuda of kanker

Deze lijst is niet limitatief.

Samprapti of ayurvedische ontstaansmechanismen (pathogenese)

Charaka beschouwd pitta als de uitlokkende factor. Is pitta in disbalans kan anemie ontstaan. Niet verwonderlijk als je weet dat pitta fundamenteel, rechtstreeks of onrechtstreeks, in staat voor de kwaliteit van het bloed langs zijn subdosha’s :

  • Bhrajaka pitta : Kleur en glans van de huid, doorbloeding van de huid
  • Ranjaka pita : werking van lever, milt en dunne darm (en hun functie in de bloedverwerking)
  • Sadhaka pitta : het hart als centraal punt waar tevens verlangens, doeltreffendheid en vastberadenheid hun fundamenten vinden (zie ook bij psychische oorzaken van anemie)
  • Pachaka pitta : onderste deel van de maag en bovenste deel dunne darm, die energie en kracht mee gaan bepalen (gaat verloren bij anemie), aanbrengen van de panchamahabutha’s (lucht, ether, aarde, water, vuur)

Een verhoogde pitta dosha ter hoogte van het hart (het hart moet meer inspannen bij anemie) wordt met behulp van vata verspreid en nestelt zich in de huid en onderliggende lagen, toont zich vooral als kenmerkend symptoom, de verkleuring van de huid (en ogen). Gelijktijdig zal de verhoogde pitta een destructieve invloed uitoefenen op de kwaliteit van rasa en rakta dhatu. (rode bloedcellen en serum). Hieruit volgen de verstoorde kapha en vata dosha’s met mogelijke complicaties.

Je zou dus twee mechanismen kunnen onderscheiden bij pandu of bloedarmoede :

1. een rechtstreeks verminderde kwaliteit, hoeveelheid en/of verhoogde afbraak van rakta (rode bloedcellen) ten gevolge van een pitta verhoging.

2. een verstoorde vata en of kapha tgv. de pittaverhoging die leidt tot een incomplete en verstoorde aanmaak en verspreiding van rode bloedcellen (rakta dhatu).

In deze mechanismen zie je ook vanuit de moderne geneeskundige inzichten de relatie terugkomen met een aantal gekende ziektebeelden, zowel naar aanmaak alsook de verwerking en transport van rode bloedcellen (Eryhropoëze).

Symptomen (rupa) en soorten  bloedarmoede

De verkleuring van de huid (wit, geel of zelf groen) keert als belangrijkste symptoom altijd terug. Tevens herkent men algemene zwakte en vermoeidheid terug in alle vormen van pandu die ayurveda onderscheidt. Soms ziet men hartkloppingen en verminderd zweten bij de cliënt. Dikwijls zijn deze symptomen reeds aanwezig nog voor de eigenlijke (ayurvedische) diagnose is gesteld. Men noemt ze dan ook wel eens poorvarupa (of voorsymptomen).

  • verkleuring huid
  • zwakte en vermoeidheid
  • hartkloppingen
  • al dan niet verdwijnen van zweten

Afhankelijk van de overheersende dosha verstoringen herkent men 4 soorten pandu, elk met hun specifiek klinisch beeld. Specifiek herkent Charaka ook nog een bijzondere 5 de vorm, veroorzaakt door gifstoffen of wormen (helminth) uit bevuilde grond (klei) al dan niet met voeding binnengebracht :

  1. pittaja pandu
  2. vataja pandu
  3. kaphaja of shlesmaja pandu
  4. sannipataja pandu of tri-dosha
  5. mridbhakshanaja pandu

Klinisch beeld :

1. pittaja

  • ikterus : gele verkleuring van huid en/of oog(wit)
  • (gele)verkleuring van stoelgang en/of urine
  • hittegolven, warmteopwellingen
  • overmatig zweten, nachtelijk zweten
  • branderig gevoel in de huid, soms in de maagstreek, soms in de ogen
  • diarree
  • koorts
  •  …

2. vataja

  • pijn in lijf en leden, gewrichten en spieren
  • constipatie
  • soms tremoren
  • algemene droogte, vooral van de huid, maar ook de afscheiding van urine verminderd
  • donkere verkleuring van de huid (grijs tot grijsgrauw)
  • tinnitus
  • evenwichtsstoornissen en misselijkheid
  • overmatig verlies van haar
  • verhoogde polsslag
  • slaapstoornissen
  • dispnoe (kortademigheid)
  • verkleuring van het nagelbed (grijs-groen-grauw-donkerblauw)
  •  …

3. kaphaja

  • witte verkleuring van huid, maar ook van de urine of zelf de stoelgang
  • oedeemvorming in het aangezicht en/of ledematen
  • overrompelende lusteloosheid
  • gevoel van verslagenheid, depressieve gevoelens
  • verhoogde speekselvorming
  • slijmvorming longen en kortademigheid
  • verstoorde appetijt
  • verhoogde polsslag
  • zware en verstoorde spijsvertering
  • verkleuring van nagelbed (wit)
  •  …

4. sannipataja

Bij deze tri-dosha vorm ziet men uiteraard een combinatie van symptomen optreden, echter meestal zeer duidelijk, vollediger en krachtiger. De prognose is meestal ook slechter :

  • verlies van appetijt
  • totale uitputting
  • koorts
  • misselijkheid en braken
  • overheersende dorst
  •  …

5. mridbhakshanaja

Wordt de dagelijkse voeding door grond vervuild (bv.  niet wassen van groenten) of eet men zelf klei van slechte kwaliteit (bv. “een kuur van klei”) worden de dosha’s verstoord. Door de drogende (ruksha) eigenschappen veroorzaakt grond (mrit) droogheid in rakta en rasa dhatu (serum en plasma). Daarnaast verstoord het de opname van voedingsstoffen door de srota (lichaamskanalen) te verstoppen. Vata en circulatie raken eveneens verstoord. De kwaliteit van alle dhatus (weefsels) gaan er op achteruit. Er ontstaat een specifieke bloedarmoede die gepaard gaat met het verlies energie, van Ojas (immuniteit). De werking van de zintuigen worden belemmerd. Men raakt in een viscieuze cirkel van ziekte die zelf tot weefselafbraak kan leiden.

  • verlies van kracht en levendigheid
  • bleke (huids-)kleur
  • oedeemvorming rond de ogen, in het aangezicht, soms de ledematen en genitaliën
  • diarree met slijm en bloed, soms harde droge faeces (afbrokkelende blokjes)
  • wormen in de darmen (bv. lintworm, aarsmaden, …)
  • verlies van gewicht en spiermassa
  •  …

Prognose van bloedarmoede (Sadhyasadhyata)

Acute stadium tijdens de eerste vier ayurvedische ziektestadia

De prognose van pandu is afhankelijk van het stadium waarin een cliënt zich bevindt. Bij de start van de onevenwichten van de dosha’s, vooral dan pitta bij bloedarmoede. Het ophopen (sanchaya), overlopen (prakopa) van de dosha(s), verspreiden (prasara) en herlokatie (stahana samsraya) kan steeds worden teruggedraaid door en met de juiste maatregelen op vlak van voeding, gedrag, geestelijke verzorging en bijkomende maatregelen (medicinale kruiden, yoga, …)  Pandu is dan zeer goed behandelbaar in dit acute stadium.

Chronisch stadium tijdens de laatste twee ayurvedische ziektestadia

Manifesteert zich de ziekte (vyakti) of treden er complicaties op (bheda) wordt pandu chronisch, zelf levensbedreigend. In deze laatste fase zijn veelal één of meerdere symptomen die op de voorgrond treden, behandelen wordt moeilijker zoniet onmogelijk (letale fase) :

  • hevige oedeemvorming
  • extreme dorst, verlies van elke zin om te eten
  • geel gekleurde stoelgang met slijmvorming, soms zelf groen en als diarree
  • volledige obstipatie
  • allesoverheersende misselijkheid
  • vale tot vaalgrijze kleur van huid (en ogen)
  • koorts
  • verlies van elementaire levensfuncties en -drang

Bloedarmoede is niet enkel een kwestie van ijzer maar nog veel meer een zaak van gezonde voeding- en leefstijl.

Men zou kunnen denken dat bij bloedarmoede een goede pancha karma het hele lichaam terug op het juiste spoor zou brengen. Niets is minder waar. Veelal laat de fysieke toestand (van uitputting) niet toe de cliënt te onderwerpen aan deze technieken. Voedingsaanpassingen, leefstijlwijzigingen en medicinale kruiden helpen meestal wel.

Voeding als therapie

Het spreekt voor zich dat pitta-verhogende voeding absoluut dient vermeden te worden. Daarnaast zal in de voeding rekening worden gehouden met eventuele dosha-verstoringen die het gevolg zijn van de oorspronkelijke pitta verstoring en in overeenstemming met de constitutie van elk individu. Je kan hier deze overzichten inkijken.

Te integreren voeding :

Aanbevolen zijn ondermeer tarwe, rijst, gerst, mungbonen, wild, rood vlees, ghee, melk, karnemelk, venkel en (kikker-)erwten, voldoende groenten en fruit, ….

Te vermijden voeding(sregels) :

  • voeding die hevige en kortstondige warmte leveren : pepers, te veel zout, …
  • vermijdt overdreven inname van alkalische (kshara), zure (amla), zoute (lavana), warme (ushna), irritante (teekshna) voedingsmiddelen.
  • tegenstrijdige voedingscombinaties (viruddha ahara) dienen vermeden, zoals bv; vis met melk, vlees met mosterd, …
  • nuttig geen bittere en te scherpe voedingskwaliteiten
  • te veel diepvriesvoeding of het eten van niet verse en industrieel bewerkte voeding vermijden
  • alcohol
  • onaangepaste en verkeerd gebruikt zuiveringstechnieken (hype rond detox !)
  • overdreven gebruik van klei (mrit)
  • te veel wind (vata) veroorzakende graansoorten en brood (nishpava)
  • te veel eten van  kousebandplant (Vigna unguiculata) een (sperzie-)bonensoort, en zwarte bonen (vigna mungo of blackgram)
  • overdreven inzet van sesamolie en sesamzaad
  • te grote hoeveelheden asafoetida (Ferula asafoetida) en/of saffraan (kennen een tegengestelde werking bij te grote hoeveelheden)
  • drank met te grote hoeveelheid toegevoegde suikers
  •  …

Gedrag als therapie

De belangrijkste invloed die gedrag kan uitoefenen om bloedarmoede te voorkomen en te genezen vind je in het vermijden van allerhande mogelijke stressfactoren maar ook in gedrag dat overeenstemt met je eigenlijke constitutie.

  • tijdig slapen (nidra) in functie van je constitutie, tijdig opstaan in functie van je constitutie
  • vermijden van elke permanente en chronische uitputting in het bijzonder overdreven sexuele activiteiten, vooral tijdens de vertering van voeding (na de maaltijden)
  • tijdens de zomer dient men zich te beschermen voor warmte en rechtstreekse invloed van de zon (pitta verhogend)
  • het onderdrukken van natuurlijke behoeften zoals plassen, stoelgang, geeuwen, … dient vermeden
  • voldoende rust is noodzakelijk, echter blijft dagelijkse beweging noodzakelijk zoals bv. wandelen gedurende 20 tot 30 minuten in open lucht op eigen tempo.
  • onaangepaste en verkeerd gebruikt zuiveringstechnieken (hype rond detox !)
  • ...

Yoga en meditatie

Een belangrijke plaats kunnen yoga en meditatie innemen als het gaat om fysieke, geestelijke en spirituele welbevinden, ook bij bloedarmoede. Vooral de pitta verhoogde dosha en de stress kunnen met deze technieken gunstig worden beïnvloed. Tevens kanaliseren yoga en meditatie overdreven woede, angsten, verlangens, verdriet of zelf onverwerkte trauma’s en emotionele problemen….

Medicinale kruiden bij anemie

Uiteraard zullen medicinale kruiden steeds worden ingezet in functie van de dosha verstoring. Primair is dit naar pitta toe, echter dient men individueel na te gaan welke vorm en dosha zich aandient in het klinische beeld (zie vormen van anemie hierboven).

Tevens zal men specifiek bij bloedarmoede gebruik maken van bhasma’s (mineraalpreparaten) meer bepaald de bhasma’s waarin ijzer een belangrijke rol vervullen.

Kruiden specifiek bij pandu

De belangrijkste kruiden bij anemie vormen Amalaki (Emblica officinalis of Indiase kruisbes) en Bhrngaraja (Eclipta alba). Beiden kennen een gunstige invloed op de absorptie van ijzer, kernprobleem bij heel wat vormen van pandu. Amalaki of amla werkt balancerend op ranjaka en pashaka pitta. De werking van het onderste deel van maag, dunne darm en lever/gal. Het grote gehalte aan vitamine C is hier niet vreemd aan. Eclipta alba werkt stimulerend op de spijsvertering (vooral vetten) en is bloedzuiverend maar brengt vooral ook rust, zowel voor de lever als voor de psyche. Maar ook Punarnava (Boerhavia diffusa) kan ingezet worden, zeker als kapha is betrokken. Het werkt gunstig op de bloedaanmaak en is bloedzuiverend.

  • Amalaki (Emblica officinalis of Indiase kruisbes)
  • Bhrngaraja (Eclipta alba)
  • Punarnava (Boerhavia diffusa)
  • Haritaki (Terminalia chebula) : opletten bij te hoge pitta en bij pitta constitutie ! Opletten bij verhoogde weefselafbouw.

Bijzondere vermelding krijgt hier ook kumari (Aloe vera) omwille van zijn koelende werking op uiteraard pitta. Echter wordt Aloe vera vooral gebruikt in de formules die (ijzer)bhasma’s naar de weefsels dienen toe te leiden.

Kruidenpreparaten en formules bij pandu

Heel wat kruidenpreparaten en formules zijn verbonden aan het gebruik van ghee. Niet verwonderlijk omdat ghee een gunstige invloed heeft op zowel pitta als vata. Zo zal men traditionele formules (met bv. triphala – triphala gritta) gebruiken. Maar ook formules in de vorm van asavas (likeuren) worden ingezet. Al dan niet met (ijzer)bhasma’s. Steeds houdt men rekening met de constitutie om de keuze te maken naar gebruik.

  • Haritaki (Terminalia chebula) met ghee of honing
  • Triphala grittha (triphala met ghee)
  • Tilvaka grittha (Symplocus racemosa met ghee)
  • Satapuspa grittha (Dille of Anetum graviolens met ghee)
  • Dashmool aristha (tienvoudige kruidendrank) : algemeen versterkend
  • Kumari asava (kruidendrank met Aloe vera)
  • Lohasava (kruidendrank met ijzerbhasma)
  • Navayasa churna (poedervorm met ijzerbhasma en acht andere kruiden waaronder triphala, trikatu, ..) : deze werkt krachtig pitta-verlagend.
  • Mandhura bhasma (ijzer) met triphala kashaya (decoction), koeienurine  en honing en/of Aloe vera.
  • Dhatri loha : de combinatie van amla (Emblica officinalis), zoethout (Glycyrrhiza glabra) en loha bhasma (Ijzerbhasma) werkt stevig koelend op pitta niveau en maag.
  • - …

Bhasma’s en bloedarmoede

Bhasma’s zijn minerale of metaal preparaten. Meest gebruikte vorm bij bloedarmoede is Loha bhasma (Lauha bhasma) op basis van ijzeroxide. In zijn zuivere vorm wordt loha bhasma dagelijks gebruikt à rato van 30 tot 250 mg per dag (maximaal), steeds onder begeleiding van een arts. Loha bhasma wordt ook verwerkt in verschillende kruidenpreparaten en formules waaronder lohasava (kruidendrank), dhatri loha, navayasa churna (poedervorm met 8 andere kruiden) … of als preparatie met bv. thakra (melk) als anupana (helperstof) …

Zijn koelende maar ook gelijktijdig voedende kenmerken zijn gunstig bij een verhoogde pitta en balanceren kapha, aldus goed bruibaar bij bloedarmoede. Zijn zoete, bittere en zoete eigenschappen zijn hier niet vreemd aan.

Opgelet bij overdosering ! Deze kan oa. gastritis veroorzaken. Bijwerkingen zijn zwarte stoelgang, soms diarree of constipatie, opgezette buik, misselijkheid.

Tegenindicaties : Maagulcus, darmulcus, collitis ulcerosa (ziekte van Crohn), thalassemia, …

In de juiste dosering en mits begeleiding is loha bhasma ook tijdens de zwangerschap (zwangerschapanemie) veilig te gebruiken.

Soms kan Shanka bhasma noodzakelijk zijn om de verhoogde pitta tot rust te brengen, zeker als de maag is betrokken. Dit minerale preparaat is gemaakt op basis van schelpen. Godanti bhasma op basis van krijt/gips kan dan weer behulpzaam zijn bij acute vormen van bloedverlies en daarmee gepaard gaande bloedarmoede.

Loha bhasma bij kinderen en anemie :

Panduhara yoga is een bijzondere formule met Loha bhasma die kan worden ingezet, specifiek bij kinderen. Omdat loha bhasma wel eens klachten en bijwerkingen oproept in de darmen, vooral bij kinderen, wordt deze formule met succes ingezet bij kinderen. De combinatie van Triphala (decoction), Aloe vera, koeienurine en mandhura bhasma (ijzeroxide) werkt gelijktijdig zeer koelend en verzachtend en is daarom beter inzetbaar bij de kleinsten.

Pancha Karma

Een pancha karma zal dan maar mogelijk zijn als de cliënt nog in voldoende goede fysieke, geestelijke en spirituele toestand is. Deze pancha karma zal er op gericht zijn de verhoogde pitta uitgeleide te doen. Hiertoe kunnen virechana (purgeren) en vasti (lavementen) worden ingezet. Echter dient de therapeut of arts steeds beducht te zijn bij het gebruik van deze technieken bij bloedarmoede.


De gegevens op deze site zijn zuiver van informatieve aard en pas bruikbaar na een diagnose door een deskundig geneeskundige, therapeut of voedingsdeskundige. Raadpleeg eerst een deskundige en sla nooit professioneel advies in de wind.

© Open Instituut voor Ayurveda

Kruid van de maand

Jasmijn - Jasminum grandiflorum

jasmijn

Thema van de maand

Gandusha - oilpullen

Gandusha

 

Dossier van de maand

Aften - Mukha paka

Mukhapaka